DCRM 2026
- Congrescentrum 1931, Den Bosch
- 12 november 2026 09:00 - 13 november 2026 17:00
Parallelsessie C
In dit mini-symposium zetten we revalidatieonderzoek in de schijnwerpers, meer specifiek het onderzoek naar hoe we revalidatie voor onze patiënten leuker en beter kunnen maken met muziek. Dit mini-symposium laat bij uitstek zien dat je revalidatieonderzoek niet alleen doet, maar interdisciplinair: nieuwe technologische ontwikkelingen en kennis is alleen bruikbaar als deze toepasbaar is in de (revalidatie)zorg en wordt ingezet op een behoefte vanuit de patiënt en zorgverleners. Vanuit verschillende perspectieven wordt de deelnemer meegenomen in de kennis van het effect van muziek op de hersenen en hoe we hier gebruik van kunnen maken in de revalidatiegeneeskunde. Er worden enkele concrete voorbeelden van toepassingen van muziek genoemd.
Leerdoelen
- Inzicht hebben in wat we weten en niet weten van het effect van muziek op de hersenen en hoe dit kan relateren aan mechanismen van revalidatie
- Geïnspireerd raken om muziek op een evidence-based, interdisciplinaire manier in te zetten binnen de revalidatie
- Kennis hebben van welke mogelijkheden er nu zijn en welke innovaties gaande zijn
Programma en sprekers
Voorzitter: dr. D.M. (Diana) Oosterveer
Spreker: Prof.dr. A. (Anja) Volk
- Presentatie (in Engels): Muziektechnologie voor gezondheid en revalidatie: een interdisciplinair onderzoeksgebied
- In deze presentatie wordt de deelnemer meegenomen in hoe we inzichten in hoe mensen muzikale informatie verwerken kunnen gebruiken voor muziektechnologie gericht op gezondheid, en meer specifiek revalidatie. Voorbeelden worden geschetst van muzikale games en andere toepassingen voor verschillende soorten revalidatie in kinderen en volwassenen. Er wordt een inkijk gegeven in de interdisciplinaire samenwerking tussen o.a. informatici, therapeuten, psychologen en game designers, ie nodig is om dit soort technologie van meerwaarde te laten zijn voor revalidatie.
Spreker: dr. R.S. (Rebecca) Schaefer
- Presentatie: Achterdeur naar het brein? Hoe muziek impact kan hebben bij revalidatie
- Vanuit het perspectief van de klinische neuropsychologie, muziekpsychologie en cognitieve neurowetenschappen wordt besproken hoe muziek verwerkt wordt in het brein, met aandacht voor het ontwerpen van klinische toepassingen in de gezondheidzorg, en meer specifiek de revalidatie.
- Met specifieke aandacht voor de laatste inzichten in mogelijke werkingsmechanismen van muziek-gebaseerde interventies komen verschillende toepassingen aan bod, zoals het bewegen op muziek, muzikaal voorstellingsvermogen, en andere effecten van muziek, zoals emotie en beloning.
Spreker: dr. L. (Lousin) Moumdjian
- Presentatie (in Engels): Muzikale ritmes in de revalidatie voor multiple sclerose
- Het gebruik van muziek-gebaseerde interventies voor looprevalidatie bij personen met multiple sclerose zal worden besproken, met een focus op auditief motorische koppeling en de klinische relevantie. Hierbij zullen studies worden gepresenteerd gericht op synchronisatie in tik en looptaak, waarbij muziek en metronomen worden gebruikt bij voorkeurstempo, sneller en langzamer tempo. Deze studies dragen bij aan het bewijs voor de effecten op zowel loopkwaliteit als de ervaren fysieke en cognitieve vermoeidheid bij zowel relapsing-remitting en progressieve subtypes van Multipele Sclerose.
Vragen en discussie
“Duurzame inzetbaarheid en werkplezier” is één van de zeven thema’s uit De Medisch Specialist 2035 van de Federatie Medisch Specialisten en maakt onderdeel uit van het VRA Beleidsplan 2026-2036 Veranderend Perspectief.
Vanuit het VRA beleidplan is het thema vormgegeven in verschillende doelen, onder andere: stimuleren professioneel leiderschap, bevorderen veilig en stimulerend opleidingsklimaat, streven naar een werkweek met ruimte voor alle taken, verminderen van werkdruk en administratielast en gezonde leefstijl op de werkvloer.
Bij de landelijke Inspiratiebijeenkomsten Duurzame Inzetbaarheid van de FMS (in 2025 en 2026) hebben meerdere medisch specialismen hun onderzoek naar Duurzame inzetbaarheid en/of Werkplezier gepresenteerd en verbeterpunten daaruit besproken. Zo is o.a. uit wetenschappelijk onderzoek bekend dat een vitalere dokter minder fouten maakt en dat collega’s een belangrijke rol spelen in werkplezier.
Tijdens een interactieve workshop nemen beroeps belangen commissie en de junior VRA de deelnemers meenemen in wat er bekend is uit wetenschappelijk onderzoek naar duurzame inzetbaarheid en werkplezier. We verbinden deze inzichten, die andere medisch specialismen hebben opgedaan, met ervaringen binnen ons eigen vakgebied waaronder de resultaten van de Junior VRA Vragenlijst Werkplezier 2026 en de VRA Loopbaanmonitor 2026.
Samenvatting opzet: In de workshop willen we de kaders schetsen van de uitkomsten van onderzoek naar Duurzame Inzetbaarheid en werkplezier. Deze kaders leggen we o.a. naast de resultaten uit de vragenlijst naar werkplezier van de junior VRA in 2026 en de loopbaanmonitor va de VRA in 2026. Hierna gaan we met de deelnemers interactief aan de slag met aandachtspunten en verbeterpunten om te komen tot meer vitaliteit en plezier op de werkvloer. Met als doel een vitale en duurzaam inzetbare dokter die met plezier het werk doet !
Hoofddoel
- De deelnemers hebben na het volgen van de workshop concrete handvatten om vanuit de eigen positie te werken aan vitaliteit en werkplezier
Onderdelen
Onderwerp 1:
a Resultaten uit wetenschappelijk onderzoek onder medisch specialisten m.b.t. Duurzame Inzetbaarheid en werkplezier worden gedeeld
b Resultaten onderzoek vanuit organisatiepsychologie of ARBO (verder invulling en spreker volgt)
Leerdoelen 1: De deelnemers weten:
- welke definitie(s) er zijn m.b.t vitaliteit en duurzame inzetbaarheidwelke stressoren er uit (wetenschappelijk) onderzoek bekend zijn vanuit de andere medisch specialismen
- welke stressoren er bekend zijn uit onderzoek vanuit de organisatie psychologie (of ARBO)
Onderwerp 2: Resultaten uit de vragenlijst werkplezier van de junior VRA en de loopbaanmonitor 2026 worden gepresenteerd
Leerdoel 2: De deelnemers weten wat er leeft binnen ons eigen specialisme aangaande duurzame inzetbaarheid en werkplezier
Onderwerp 3: Verbinding leggen tussen uitkomsten vragenlijsten en wat er bekend is t.a.v. stressoren uit wetenschappelijk onderzoek
Leerdoel 3: De deelnemers hebben inzicht in welke thema’s binnen het eigen vakgebied in wetenschappelijk onderzoek zijn meegenomen en welke stressoren er op groepsniveau bekend zijn
Onderwerp 4: Interactieve deel waarin de deelnemers elkaar hand-on concrete tips en adviezen geven om werkplezier te vergroten vanuit ervaren stressoren uit de praktijk
Leerdoel 4: De deelnemers hebben na de workshop praktische handvatten om werkplezier te vergroten en te werken aan vitaliteit/duurzame inzetbaarheid
Onderwerp 5: Tips van deelnemers linken aan uitkomsten uit wetenschappelijk onderzoek
Leerdoel 5: De deelnemers hebben inzicht in welke activiteiten toepassen op de werkvloer om de eigen vitaliteit en werkplezier te verhogen vanuit wetenschappelijk onderzoek worden ondersteunt, nemen deze mee naar de eigen werkplek en gaan hier de volgende dag actief mee aan de slag!
Sprekers
Drs. Elsbeth Spakman – van de Graaf1, drs. Anne Gorter2, drs. Paul Dekker1
1Beroeps Belangen Commissie VRA, 2Junior VRA
De afgelopen jaren was het wetenschappelijk onderzoek in de pijnrevalidatie sterk gericht op de duiding van het ZIN (aantonen van effectiviteit). Er was mede daardoor beperkt ruimte voor het verbeteren van de effectiviteit, terwijl de effect sizes wel aanleiding geven om aan deze verbeteringen te werken. Deze sessie richt zich op de toekomst en de rol die de 3e lijn daarin kan (moet?) spelen. De sessie richt zich op 3 voorbeelden, die verenigd worden door het verbeteren van gepersonaliseerde revalidatie voor mensen met aanhoudende pijn.
Leerdoelen:
- Deelnemer heeft inzicht in de prevalentie en impact van pijn binnen de revalidatie in de niet-pijn diagnosegroepen
- Deelnemer heeft inzicht in de waarde van voorspellingsmodellen en potentiële belemmeringen en ook voordelen bij het implementeren van de modellen in de praktijk
- Deelnemer krijgt inzicht op nieuwe analysemogelijkheden voor gepersonaliseerde behandeling.
Programma en sprekers
- Presentaties: 3×20 min inclusief Q&A
Prof. Dr. M.F. Reneman:
Titel: Secundaire pijn in de revalidatie; resultaten uit MUREVAN
Het hebben van pijn is echte niet gelimiteerd tot patiënten binnen de pijnrevalidatie. Dit werd echter niet systematisch bestudeerd, waardoor het minder goed in beeld was. Binnen de landelijke MUREVAN studie is systematisch bijgehouden hoeveel patiënten in de revalidatie last hebben van pijn, hoeveel pijn zij hebben en hoe sterk dit samenhangt met het functioneren. De resultaten worden gepresenteerd.
Dr. M.G.C.A.M. Mertens:
Titel: Voorspellingsmodellen in de revalidatiepraktijk: kansen en uitdagingen voor persoonsgerichte zorg
Voorspellingmodellen bieden belangrijke kansen voor gepersonaliseerde zorg binnen de gezondheidszorg, waaronder ook de revalidatiegeneeskunde, maar daadwerkelijke implementatie in de dagelijkse klinische praktijk blijft uitdagend en vaak beperkt. Extern gevalideerde voorspellingsmodellen en hun potentiële bijdrage aan persoonsgerichte en -gedeelde besluitvorming binnen de revalidatiezorg zullen worden gepresenteerd. Verder worden de voorlopige resultaten gepresenteerd van de implementatie van voorspellingsmodellen in de klinische praktijk en wordt gereflecteerd op de uitdagingen en kansen die ontstaan bij het implementeren van de voorspellingsmodellen. Aan de hand van praktijkcasuïstiek verkennen we hoe predictiemodellen verantwoord kunnen worden geïntegreerd in de revalidatiepraktijk.
Prof dr. J. Verbunt.
Titel Stappen in het objectiveren van gepersonaliseerde pijnrevalidatie
Dat we iedere patiënt een eigen programma geven gebaseerd op eigen doelen is allang een onderdeel van de medisch specialistische revalidatie. Die individuele focus is een meerwaarde van de medisch specialistische revalidatie en kan vaak alsnog het verschil maken als iemand in de eerstelijn niet verder komt. Vanuit technologische ontwikkelingen komen er steeds meer mogelijkheden het proces en de evaluatie van gepersonaliseerde behandeling te versterken en objectiveren. Zoals het gebruik van voorspellingsmodellen in de tweede presentatie om behandelsucces te voorspellen.
Maar ook het gebruik van netwerkanalyse om de keuzen in de screening te ondersteunen met data. En de mogelijkheid om individuele trajecten te evalueren op basis van een SCED ofwel Single Case Experimental Design aanpak. Nieuwe technologische ontwikkelingen in analysen leiden dan ook vaak tot een stap voorwaarts in behandelontwikkeling. Enkele SCED-studies zullen worden gepresenteerd toegepast op nieuwe doelgroepen voor pijnrevalidatie op het gebied van secundaire pijnsyndromen.
Discussie olv Verbunt en Reneman (co-voorzitters): 30 min
Inspanningsfysiologie vormt een essentieel fundament voor evidence-based medisch specialistische revalidatie. Met objectieve metingen van cardiorespiratoire fitheid en relatieve energetische belasting kunnen therapieën en trainingen beter worden afgestemd op individuele fitheid. Daarnaast kunnen behandelresultaten en effectiviteit van de behandeling transparanter worden geëvalueerd. Binnen de dagelijkse revalidatiepraktijk bestaat echter nog een kloof tussen wetenschappelijke kennis, praktische uitvoering en implementatie.
Recent onderzoek, sportgeneeskundige toepassingen en praktijkvoorbeelden laten zien hoe inspanningstesten worden ingezet bij patiënten met beenamputaties, neurologische aandoeningen en in hartrevalidatie. Daarbij ligt de nadruk op de vertaling van objectieve metingen naar behandelbeslissingen, trainingsdosering, evaluatie van functionele prestaties voor verdere ontwikkeling en wetenschappelijke onderbouwing van de revalidatiebehandeling.
Door de samenhang tussen wetenschappelijk onderzoek, kliniek en implementatie te belichten, biedt dit symposium handvatten om inspanningsfysiologie duurzaam te integreren in multidisciplinaire revalidatiezorg.
Leerdoelen
Aan het einde van dit mini-symposium hebben deelnemers kennis van:
- Kunnen deelnemers deze kennis vertalen naar meer persoonsgerichte, doelmatige training en behandeling.
- De verschillende typen ergometers, hun toepassingsmogelijkheden binnen diverse revalidatiepopulaties en recente ontwikkelingen.
- Huidige toepassing van inspanningstesten en de praktische inbedding in de revalidatiezorg.
- Recente onderzoeksresultaten bij mensen met een CVA en hartrevalidatiepatiënten.
- De relatieve energetische belasting van dagelijkse activiteiten bij mensen met een beenamputatie.
Meerwaarde voor patiënten
Dit mini-symposium draagt direct bij aan betere zorg voor revalidatiepatiënten doordat inspanningstesten helpen om de behandeling beter af te stemmen op wat een patiënt daadwerkelijk aankan. Door maximale inspanningscapaciteit te bepalen kunnen trainingszones individueel worden bepaald. Door objectief te meten hoe zwaar dagelijkse activiteiten en training zijn, kan over- of onderbelasting worden voorkomen. Dit maakt trainen effectiever, veiliger en beter afgestemd op persoonlijke doelen zoals zelfstandigheid in het dagelijks leven, werkhervatting of sport. Daarnaast krijgen zorgprofessionals beter inzicht in de voortgang van revalidatie, waardoor patiënten gerichter feedback krijgen en meer betrokken worden bij hun eigen behandelproces. Uiteindelijk leidt dit tot een revalidatietraject dat beter aansluit bij de mogelijkheden, grenzen en wensen van de individuele patiënt, met als doel een hogere kwaliteit van leven en duurzamere revalidatieresultaten. De ontwikkeling van nieuwe ergometers zorgt ervoor dat we de cardiorespiratoire fitheid ook bij patiënten met balansproblemen of patiënten na beenamputatie veilig en valide kunnen bepalen.
Programma
- Welkom en introductie, met relevantie voor en door patiënt – 5 min
- Presentaties – 5×10 min
- Plenaire discussie – 15 min
- Afsluiting en take-home messages – 5 min
Sprekers en presentaties:
Voorzitter: Leonie Krops, universitair docent UMCG Centrum voor Revalidatie Sprekers:
- Drs. Feikje Riedstra, sportarts Martini Ziekenhuis – Revalideren is topsport, maar benaderen we het wel zo?
- Dr. Roos Duijn, postdoc onderzoeker UMCG Bewegingswetenschappen – Optimalisatie van de Cruiser 2.0 arm-been ergometer
- Wessel Piersma, MSc., fysiotherapeut en gezondheidswetenschapper UMCG Centrum voor Revalidatie – Toepassing van CPET in UMCG Centrum voor Revalidatie & inspanningscapaciteit van hartrevalidatie patiënten
- Dr. Janneke Nachtegaal, senior onderzoeker Heliomare – Toepassing van CPET in Heliomare & inspanningscapaciteit na CVA
- Dr. Loeke van Schaik, revalidatiearts UMCG Centrum voor Revalidatie – Relatieve energetische belasting van dagelijkse activiteiten na beenamputatie
Gangbeeldanalyses kunnen worden ingezet om onderliggende oorzaken van loopproblemen vast te stellen, (loop)hulpmiddelen en behandelingen te indiceren en het effect van behandelingen te evalueren. Hiermee zijn gangbeeldanalyses een essentieel onderdeel van de revalidatiegeneeskunde. Door betere apparatuur, toepassing van AI en standaardisatie ontwikkelt het gebied van gangbeeldanalyses zich snel. Voorbeelden van ontwikkelingen zijn markerless bewegingsanalyse, waarbij met behulp van AI op basis van video’s bewegingsanalyses kunnen worden uitgevoerd zonder markers te moeten plakken, vernieuwingen in biomechanische modellen waardoor bewegingen nauwkeuriger kunnen worden bepaald, en standaardisatie van de interpretatie middels hulpmiddelen zoals GAIT.SCRIPT
Deze ontwikkelingen verbeteren potentieel de toepassingsmogelijkheden en kwaliteit van gangbeeldanalyses. Onderzoek naar en met deze ontwikkelingen binnen de revalidatiegeneeskunde is van belang om de meerwaarde aan te tonen voor zowel de revalidatiearts als de patiënt. In dit symposium wordt het laatste, vernieuwende onderzoek gepresenteerd naar nieuwe biomechanische modellen, markerless bewegingsanalyse, en de GAIT.SCRIPT applicatie.
Leerdoelen
- De voor- en nadelen van nieuwe biomechanische (voet)modellen kennen.
- Het kunnen benoemen van de huidige mogelijkheden en tekortkomingen van markerless bewegingsanalyse.
- Kennismaken met GAIT.SCRIPT – een hulpmiddel voor de systematische interpretatie van gangbeeldanalyses bij kinderen met cerebrale parese.
Programma
Het programma van het symposium biedt een overzicht van recente ontwikkelingen in gangbeeldanalyse en hun klinische relevantie voor de revalidatiepraktijk. De sessie start met een introductie waarin de meerwaarde van gangbeeldanalyse wordt gepresenteerd, evenals de huidige beperkingen in toepassing en interpretatie.
Vervolgens worden twee innovaties in biomechanische modellen besproken om de beperkingen te minimaliseren. Allereerst de ontwikkeling van CGM2, een nieuw standaard markermodel. Welke aanpassingen worden hierin gedaan en hoe beïnvloedt dit de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de metingen? Daarna zal ook de ontwikkeling van een specifiek voetmodel, het Amsterdam Foot Model, en onderzoek naar de toepassing hiervan bij kinderen met CP worden gepresenteerd.
Daarna wordt de huidige stand van zaken van markerless bewegingsanalyse gepresenteerd. Hierbij komt aan bod hoe deze technologie werkt en welke beperkingen er nog bestaan, met specifieke aandacht voor toepasbaarheid bij kinderen met cerebrale parese (CP). Als laatste worden ontwikkelingen rondom de standaardisatie van de interpretatie van gangbeeldanalyses bij kinderen met CP middels de GAIT.SCRIPT applicatie gepresenteerd. Het voordeel en de praktische bruikbaarheid worden toegelicht aan de hand van recent onderzoek. De sessie word afgesloten met een discussie over de meerwaarde en implementatie-mogelijkheden van deze ontwikkelingen vanuit het oogpunt van de revalidatieprofessionals
Voorzitter: Dr. Vera Linde Dol – Neuropsycholoog en senior onderzoeker, Koninklijke Visio
Sprekers en programmaonderdelen
Voorzitter: Niels Waterval, Amsterdam UMC, locatie AMC
- Introductie – De huidige gangbeeldanalyse en hoe het nieuwe CGM2 model de gangbeeldanalyse verbetert (15 min)
- Presentators: Dr. Niels Waterval, onderzoeker en bewegingslaborant. Amsterdam UMC & Dr. Marjolein van der Krogt, senior onderzoeker en hoofd bewegingslab. Amsterdam UMC
- Presentatie – Het Amsterdam Foot Model: de ontwikkeling en toepassing bij kinderen met cerebrale parese (15 min)
- Presentator: Gaia van den Heuvel, PhD onderzoeker en bewegingslaborant. Amsterdam UMC
- Presentatie – Hoe markerless bewegingsanalyse nu en in de toekomst kan worden toegepast bij kinderen met cerebrale parese (15 min)
- Presentatoren: Dr. Helga Haberfehlner, onderzoeker & Liza van Dijk, PhD onderzoeker. Amsterdam UMC
- Presentatie – Ontwikkeling en demonstratie van de GAIT.SCRIPT applicatie(15 min)
- Presentator: Drs. Sarah Dekker kinderrevalidatiearts Reade en onderzoeker Amsterdam UMC
- Discussie over de meerwaarde, toepassing en toekomst van deze ontwikkelingen (10 min)
- Presentator: Dr. Marjolein van der Krogt, senior onderzoeker en hoofd bewegingslab. Amsterdam UMC
Dit mini-symposium richt zich op innovatieve vormen van zorg op afstand binnen de revalidatie van mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Door toenemende zorgvraag, beperkte capaciteit en verschillen in toegankelijkheid groeit de behoefte aan flexibele en toekomstbestendige zorgvormen. Binnen de neurorevalidatie bieden digitale toepassingen, zoals virtual reality (VR), simulaties en telerevalidatie mogelijkheden om revalidatie toegankelijker, motiverender en efficiënter vorm te geven. Daarnaast groeit de aandacht voor toekomstbestendige zorgmodellen, zoals het stepped care model, waar online zorg en dienstverlening een onderdeel van zijn.
Tijdens het symposium worden verschillende toepassingen van zorg op afstand besproken vanuit zowel wetenschappelijk als klinisch perspectief. Daarbij is aandacht voor de inzet van VR voor thuisrevalidatie, simulaties voor naasten, telerevalidatie en het gebruik van stepped care binnen de revalidatiezorg. Ook worden ervaringen van eindgebruikers en praktische uitdagingen binnen de dagelijkse zorgpraktijk belicht.
Leerdoelen:
Na afloop van deze sessie:
- Hebben deelnemers meer kennis over zorg op afstand binnen de NAH-revalidatie
- Hebben deelnemers inzicht in de mogelijkheden en meerwaarde van verschillende vormen van zorg op afstand binnen de NAH-revalidatie
- Kunnen deelnemers potentiële voordelen en beperkingen van verschillende vormen van zorg op afstand benoemen
- Kunnen deelnemers reflecteren op de toekomstige rol van digitale innovaties binnen neurorevalidatie.
Programma
Het mini-symposium start met een introductie van het thema. Vervolgens staan meerdere presentaties op het programma die verschillende vormen van zorg op afstand binnen de NAH-revalidatie belichten. Vanuit zowel wetenschappelijk als klinisch perspectief wordt ingegaan op de
mogelijkheden van onder andere VR, simulaties en telerevalidatie vanuit huis. De sprekers laten zien hoe deze toepassingen kunnen bijdragen aan toegankelijke, motiverende en functionele revalidatie, met aandacht voor zowel de meerwaarde als de praktische uitdagingen binnen de dagelijkse zorgpraktijk.
Sprekers:
Voorzitter Dr. Gera de Haan (Universitair Docent, Rijksuniversiteit Groningen en neuropsycholoog, Koninklijke Visio) – Zorg op afstand: Introductie van het thema.
- Kim Hurst Msc. (PhD Clinical and Developmental Neuropsychology, Rijksuniversiteit Groningen) – Online generieke zorgmodules ontwikkelen voor visuele klachten in mensen met multiple sclerose.
- Imre Nieuwenhuis Msc. (PhD Clinical and Developmental Neuropsychology, Rijksuniversiteit Groningen) – Virtual reality voor visuele thuisrevalidatie bij hemianopsie.
- Eileen Bousche Msc. (PhD Social and Behavioural Sciences, Universiteit Utrecht) – User experience van eindgebruikers.
- Mark Lanting (Manager preventie & selfcare, Koninklijke Visio) – Stepped care.
- Dr. Ward Nieboer (post-doctoraal onderzoeker, Universitair Medisch Centrum Groningen) – Simulatie van hemianopsie voor naasten.
Over the past decade, numerous exoskeletons have been developed and are now commercially available for individuals with chronic (in)complete spinal cord injury (SCI).
These devices, including rigid exoskeletons and soft exosuits, differ in design and functionality, with their applicability depending on the user’s gait capacity, the intended setting (home or clinical), and their purpose of use. Depending on these factors, exoskeletons can be used as an exercise device to promote physical health and well-being by reducing secondary health problems, or as an assistive device to facilitate standing and walking capacity. Despite very promising results, current available exoskeletons have limitations, in their design and control hampering its use. This workshop will give insight in the state-of-the-art knowledge and use of exoskeletons from a clinical, user, and technology perspective.
Leerdoelen:
Participants to this mini-symposium will learn:
- The state-of-the-art knowledge of the use of an exoskeleton in Spinal Cord Injury Rehabilitation
- The differences between the use of soft exoskeletons for use in patients with incomplete spinal cord injury and compensation of walking in patients with complete spinal cord injury.
- How AI-based control approaches can enable more versatile and balance-aware exoskeleton use for individuals with neurological gait impairments
- The development of a lightweight, easy-to-control and affordable exoskeleton and its challenges
Voertaal tijdens het congres: Nederlands
Meerwaarde voor patiënten
by giving a good overview about the current status of the use rigid and soft exoskeletons and suits, patients can be informed well during clinical practice and if necessary be referred to the right place
Programma
Chair: Ilse van Nes (5 minutes) Title: Introduction
- Speaker 1: Noël Keijsers (15 minutes)
- Title: Wearable Exoskeletons for Chronic SCI: State of the Art
- Short summary: The use of exoskeletons both within and outside the clinical setting remains challenging. Rigid and soft exoskeletons differ in design and function. However, a mismatch persists between user needs, intended use, and current device capabilities, underscoring the need for a clear framework to guide development and evaluation. Based on existing devices and the available literature, such a framework will be presented.
- Speaker 2: Ilse van Nes (15 minutes)
- Title: Effect of an exosuit on gait capacity in individuals with incomplete spinal cord injury: a randomized controlled trial
- Short summary: Chronic incomplete SCI patients followed a short training program to learn how to walk with a soft exoskeleton and used it afterwards during 6 weeks in their home environment. Besides the number of steps, we also measured functional improvement in walking capacity, Quality of Life and satisfaction with the device. The results of this randomized controlled trial will be presented and discussed.
- Speaker 3: Edwin van Asseldonk (15 minutes)
- Title: Making exoskeletons practical at home: Task- and perturbation-agnostic control
- Short summary: Exoskeleton use in home environments in people with neurological gait impairments remains limited due to control strategies that lack the versatility to handle diverse daily tasks and the capability to robustly support balance. Recent AI-based advances toward more flexible control will be presented, including task-agnostic and perturbation-agnostic control.
- Speaker 4: Rutger Osterthun (15 minutes)
- Title: Development of the Cloudwalker; towards accessible exoskeleton walking for people with spinal cord injury
- Short summary: Current exoskeletons are often difficult to control, heavy, and expensive, making them inaccessible to many potential users. In our project we aim to develop the Cloudwalker: an easy-to-control, lightweight, and affordable mechanical exoskeleton. This presentation will discuss the development process, the creation of a simulator, the current status of the device, and the lessons learned so far.
- General discussion (10 minutes)
Therapie, training en nieuwe technologie bij ademhalingsproblematiek bij spierzwakte door ALS, IC opname en dwarslaesie worden gepresenteerd. Vanuit het multicenter INITIALS onderzoek worden (voorlopige) resultaten gepresenteerd over welk type ALS patiënt baat heeft bij non invasieve ventilatie in het kader van kwaliteit van leven. Inspiratoire spierkrachttraining bij moeizaam van de beademing ontwennende patiënten op de IC wordt besproken, met aandacht voor het ontstaansmechanisme en incidentie van inspiratoire spierzwakte. Daarna wordt ingegaan op diagnostiek en preventie van complicaties bij longfunctiestoornissen bij dwarslaesie en op het verschil tussen longfunctiestoornissen bij neuromusculaire aandoeningen en dwarslaesie. Ook wordt iStack gedemonstreerd: een recent ontwikkeld apparaat dat airstacken automatiseert, waardoor patiënten met een verminderde handfunctie deze handeling weer zelfstandig kunnen uitvoeren. Ook worden de voorlopige resultaten van de lopende feasibility studie besproken. Afsluitend wordt gediscussieerd over wat de verschillende diagnosegroepen van elkaar kunnen leren.
Leerdoelen
- Inzicht krijgen in factoren die van invloed zijn op kwaliteit van leven mensen met ALS die gebruik (gaan) maken van non invasieve beademing
- Inzicht krijgen in de rol en timing van inspiratoire spierkrachttraining bij moeizaam van de beademing ontwennende patiënten op de IC
- Inzicht krijgen in diagnostiek van longfunctiestoornissen en preventie van complicaties bij mensen met een dwarslaesie
- Inzicht krijgen in het concept en klinische toepassing van geautomatiseerd airstacken.
Programme outline
- 5 min Inleiding Dr. J. Stolwijk-Swuste
- 13 min Spreker 1 Drs. R. Jaspers-Focks
- 2 min Vragen
- 13 min Spreker 2 Dr. M. Werkman
- 2 min Vragen
- 13 min Spreker 3 Drs. D. Gobets
- 2 min Vragen
- 13 min Spreker 4 Dr. J.Bakers
- 2 min Vragen
- 10 min Algemene discussie: wat kunnen de verschillende diagnosegroepen van elkaar leren Dr J.Stolwijk-Swuste
Sprekers
Voorzitter: Dr. J.M. Stolwijk-Swuste
- Drs R. Jaspers-Focks: INITIALS: optimizing INITIation of ventilation in ALS patients
- Dr. M.S.Werkman: Inspiratoire ademspiertraining op de IC
- Drs. D. Gobets: Ademhalingsproblematiek bij dwarslaesie
- Dr. J.N.E. Bakers: iStack